Cursief ......
Velen van u die al jaren lid van onze vereniging zijn kijken misschien wat vreemd op dat ze in december een clubblad in de bus krijgen. En terecht, want ook dit jaar stond het laatste clubblad gepland voor oktober.
Maar ondanks een planning loopt het, meestal door onvoorziene omstandigheden, wel eens anders dan je graag zou willen.
Eerst een flinke griep, daarna wat ziekenhuisbezoeken, momenten dat je hoofd in het geheel niet staat naar het maken van een clubblad en ook nog eens een computer die de nodige kuren kreeg en niet datgene deed wat hij eigenlijk wel zou moeten doen.
Een nieuwe computer gekocht, geïnstalleerd en dan nog even de gegevens uit de oude naar de nieuwe overzetten.Ook dit verliep alles behalve soepel.
Het gevolg? Planning de mist in, chagrijnig en balen als de bekende stekker.
Tijdens zo’n ‘pestbui’ moest ik ineens denken aan wat ooit eens iemand tegen me zei;
“Blijf positief, want rust en kalmte kunnen je redden”.
Rust en kalmte. Drie simpele woorden maar met een belangrijke inhoud.
Laat de boel heel even de boel, denk eens rustig na, ga een goed gesprek aan en vraag indien nodig een ander om assistentie. Echt het werkt (!)
En, maar dat wist u natuurlijk al lang, wat ook goed is voor je gemoedsrust is om eens lekker te gaan vissen. Bijvoorbeeld ’s morgens vroeg heerlijk in alle rust in de natuur proberen om een visje te verschalken. Moet u beslist in het voorjaar en de zomer eens doen. Echt het helpt.
En als u dan goed bedenkt dat gezondheid het allerbelangrijkste is wat een mens nodig heeft beseft U tegelijkertijd dat chagrijnig zijn omdat je planning eens de mist in gaat geen enkele zin heeft.
Omdat deze Aan de Haak nu eens een keertje in december verschijnt kan ik mooi van de gelegenheid gebruik maken om u allen, mede namens het bestuur vast heel fijne feestdagen en een bijzonder prettige jaarwisseling toe te wensen.
Jan van der Linden
|
ADRESWIJZIGINGEN
Heel regelmatig komt het voor dat er leden van onze vereniging gaan verhuizen. Hier is uiteraard niets mis mee, ware het niet dat veel van deze leden hun adreswijziging niet aan het secretariaat doorgeven. Dit is heel erg vervelend, zowel voor de bezorger van uw clubblad, de rekening of de vergunning, maar ook voor u zelf., want dat gene wat voor u bestemd is komt bij een ander in de brievenbus.
Dus beste mensen, als u gaat verhuizen denk dan ook even aan ons en geef tijdig uw adreswijziging door aan het secretariaat.
Omdat ik zelf ADSL heb aangevraagd gaat binnenkort ook mijn e-mail adres veranderen.
Met ingang van 4 december a.s.wordt mijn nieuw e-mail adres: linden.j.a.vander@planet.nl
Jan van der Linden
|
HELP BART EN JAN DE WINTER DOOR
Bart van de Grift en Jan Hek zien als een berg op tegen de komende wintermaanden want dan slaat bij hen de verveling weer toe. Maar U kunt ze helpen deze verveling tegen te gaan. Ze zijn namelijk net als voorgaande jaren weer op zoek naar gebruikte en al dan niet kapotte hengelsportartikelen die zij kunnen repareren om deze volgend jaar op Haantjesdag weer voor een zacht prijsje voor de club te verkopen.
Heeft U iets voor ze? Bel ze dan even. Alvast bedankt.
|
KAMPIOENSCHAP SENIOREN 2004
De seniorencompetitie is al weer gedaan
en ook dit seizoen is het weer goed gegaan.
Het weer was eigenlijk wel een zegen,
want over het algemeen viel er weinig regen.
Ondanks dit ging het ook wel eens mis
en ving niet iedere deelnemer altijd vis.
Want ook vissen, moet je weten
hebben niet altijd trek in het aan de haak aangeboden eten.
Maar één ding is echter waar,
te samen ving men heel wat kilootjes bij elkaar.
Wie de winnaar zou worden bleef tot op het einde onzeker,
maar uiteindelijk won er maar één die mooie beker.
Wie dat is staat hier zwart en wit op schrift.
KAMPIOEN 2004 IS BART VAN DE GRIFT
|
VISSEN IN TSJECHIË
Deze zomer zijn Marja en ik alweer voor de vijfde keer achtereen naar Tsjechië afgereisd om hier onze zomervakantie door te brengen. We hadden een prachtig groot huis met heel veel grond er om heen gehuurd in het zuid oosten van dit voor ons fijne vakantieland.
Uiteraard waren ook dit jaar de hengels weer meegenomen, want ook in deze regio was meer dan voldoende viswater voorhanden.
Met het verkrijgen van de nodige vergunningen in dit land had ik in de voorgaande jaren al aardig wat ervaring opgedaan, dus de eerste maandag na aankomst direct naar het gemeentehuis in Velesiĭn en daar gevraagd of er iemand Duits sprak.
Jazeker, een bijzonder vriendelijke meneer Jacques sprak een klein beetje Duits en nam ons mee naar zijn kantoor waar we plaats mochten nemen.
Toen ik hem vertelde dat ik een visvergunning nodig had kwam hij direct in actie en bood ons eerst een frisdrankje aan. Daarna begon hij te telefoneren, zowel mobiel als met zijn vaste telefoon naar, ik denk wel 10 ? 12 verschillende nummers.
Uiteindelijk wist de brave man ons te vertellen dat we eerst voor een visvergunning naar het gemeentehuis in het 15 kilometer zuiderlijker gelegen Kaplice moesten gaan en daarna weer bij hem moesten terugkomen. Ondertussen zou hij vast naar Kaplice bellen en zeggen dat we er aan kwamen.
In het centrum van dit stadje bevind zich een rechthoekig plein met daarom heen de winkels, bank, horeca, politiebureau en ook het gemeentehuis. Aan één van de korte kanten van dit plein staat op de ene hoek het politiebureau, daarnaast het gemeentehuis, dan een winkeltje en op de andere hoek een kroeg met hiervoor een parkeerplaats voor vier auto’s.
En ik trof het, er was net één plaatsje vrij.
Ook op dit gemeentehuis werden we aller vriendelijkst ontvangen en terwijl de ambtenaar
een sportvisakte maakte en netjes in plastic lamineerde werd ons terloops ook nog eens een rieten mand met kersen voorgezet. Deze sportvisakte kostte omgerekend zo’n € 1,65 (!)
Toen we weer bij de auto kwamen zat er een papier op de ruit geplakt en terwijl ik dit stond te lezen begon Marja te lachen en toen ik omkeek zag ik hem; een Tsjechische wielklem.
De parkeerplaats was namelijk gereserveerd, maar niet voor die Woudenberger.
De kosten? Slechts € 16,50. Dat ben je in Nederland al bijna aan parkeergeld kwijt.
Hierdoor werd de sportvisakte toch nog duurder dan bij ons.
Snel terug naar meneer Jacques in Velesin, maar daar aangekomen vertelde, naar later bleek de burgemeester, ons dat meneer Jacques op weg was naar Kaplice waar wij net vandaan kwamen. Toen ik de goede man vertelde wat nou eigenlijk de bedoeling was nam hij ons mee naar de raadszaal en ging ook hij voor ons aan het bellen. We moesten naar een visserijkantoor in Ceské Budejovice, een schitterende stad waar ’s werelds lekkerste bier gebrouwen wordt maar waar een visvergunning
afschuwelijk duur is. Om twee weken te mogen vissen moest ik zo’n € 70,-- dokken oftewel 155 oud Hollandse guldens (!) Dit komt omdat de Tsjechen voornamelijk op karper vissen en de gevangen vis voor consumptie mee naar huis nemen. En het kweken en uitzetten van
nieuwe karper brengt ook in dit land de nodige tijd kosten met zich mee. Mits je ze vangt wordt de vis dus wel degelijk duur betaald. Vooral voor mij, want karper heb ik dit jaar in het geheel niet aan de werphengel kunnen krijgen.
Het probleem is namelijk dat heel veel grote plassen privé eigendom zijn of gewoon zijn verpacht . Toen ik hier over bij enkele goed Duits sprekende Tsjechen mijn licht eens ging opsteken bleek dat een dagje op de karper in zo’n privé meer tussen de € 25,-- en € 35,-- moest gaan kosten. Dit vond ik toch wel wat te gortig.
Zo goedkoop als daar voor ons het levensonderhoud is, zo duur is daar het vissen op karper.
Dan maar, ondanks de dure vergunning, gewoon vissen in een wat kleinere plas op ongeveer een kilometer vanaf onze vakantiewoning.
Eerst een paar keer met de werphengel geprobeerd, maar helaas zonder succes. Dan maar met de vaste hengel. De aanwezige Tsjechen keken hun ogen uit, want een vaste hengel, en dan ook nog een oversteekhengel zie je daar vrijwel niet.
Eerst met mais, en later ook met brood werden vele schitterende voorns op de kant gehaald even als een flink aantal brasems van redelijk formaat.
Wat met de werphengel niet lukte, lukte toch nog een beetje met de vaste stok, want hiermee haalde ik nog twee kleine spiegelkarpers uit het water.
Maar de ochtend voordat we hier zouden vertrekken werd het toch nog even spannend.
Een balletje deeg op de haak, een heel klein tikje en direct daarna gierde het elastiek vier á vijf meter de top uit. Toch een karper, maar waarom nou net op déze hengel, en niet op die andere die er vlak naast lag?
Het beest schoot door het water en het enige wat ik kon doen was zo veel mogelijk de boel tegenhouden en ondertussen hopen dat mijn spulletjes het niet zouden begeven. Na een minuut of tien werd de vis moe en kwam langzaam maar zeker naar boven. De hengel afgestoken en de vis rustig richting het schepnet gedirigeerd waarmee Marja al klaar stond. En warempel, op de laatste dag voor het vertrek toch nog een mooie schubkarper van plusminus 50 cm.
Al met al heb ik weliswaar duur, maar toch heerlijk kunnen vissen.
Tenslotte nog een tip voor die mensen die misschien ook nog eens in Duitsland of in één van de voormalige Oostbloklanden willen vissen; neem altijd je vergunning uit Nederland mee. Heb je die niet bij je, dan kun je nog wel eens duurder uit zijn dan hiervoor beschreven, of je loopt de kans geen vergunning te kunnen kopen(!).
En bij mijn weten kost in ieder geval in Tsjechië een bekeuring voor illegaal vissen heel wat meer dan een wielklem aldaar.
Jan van der Linden
|
EEN VERSCHRIKKELIJKE ZOETWATERROVER?
Geen vis uit onze hengelsportliteratuur wordt zo vraatzuchtig, angstaanjagend en gemeen beschreven als juist de snoek.
Vroeger werd er nogal lelijk naar de snoek gekeken met vaak als tendens; haal ze uit het water. Gelukkig is het tegenwoordig andersom en wordt er alom geadviseerd om de gevangen snoek zo onbeschadigd mogelijk in z’n element terug te zetten.
Grotendeels zal dit komen door de vele onderzoeken die in de loop der jaren zijn gedaan naar de rol van de snoek in gezond viswater en ook door het eens echt onderzoeken wat een snoek nu werkelijk per jaar aan prooi verorbert.
Bakerpraatjes uit ‘de goede oude tijd’ lieten ons weten dat een snoek wel zijn eigen gewicht aan prooivis per dag kon opeten, dus een tien ponds snoek zou zonder problemen zo,n 3600 pond prooivis per jaar opeten. Was dit maar waar, zouden veel beheerders van verbrasemde wateren denken, dan waren we in korte tijd van een hoop witvis af.
In werkelijkheid ligt dit heel anders.
Een factor die wel meespeelt in het feit of een snoek veel of weinig eet is de breedtegraad waar de snoek woont. Want de stofwisseling van een snoek uit de meren van Noord Spanje is aanzienlijk hoger dan die van een snoek ver boven de poolcirkel. Ook hier dus een uitzondering op de regel.
Voor ons eigen land hebben we gelukkig wel wat gegevens die uitgedrukt worden in een getal wat aangeeft hoeveel malen een vis zijn eigen gewicht aan voedsel moet eten om normaal te blijven groeien. Voor een snoek in ons gedeelte van Europa is dit cijfer 3 ½ , wat simpelweg betekent dat een snoek van 10 pond per jaar zo’n 35 pond prooivis naar binnen moet werken om normaal te groeien en in een normale conditie te blijven.
Hieruit blijkt dus duidelijk dat de snoek toch echt niet zo’n rover is als meestal wordt gedacht.
Ook is er uit onderzoeken gebleken wat er gebeurd als een snoek minder voedsel krijgt.
Een snoek die aan de lijn zou willen doen en op het einde van het jaar het zelfde wil wegen als bij het begin hoeft zijn of haar eigen gewicht + 40% naar binnen te werken.
In het genoemde voorbeeld van de 10-ponds snoek geldt dus dat deze met 14 pond voedsel aan het einde van het jaar nog steeds 10 pond weegt.
Over de leeftijd die een snoek zou kunnen bereiken gingen, met name in het begin van de vorige eeuw, de meest wilde verhalen rond. In een in 1911 verschenen boek over zoetwatervissen werd melding gemaakt van een snoek die 49 jaar oud zou zijn. Sterker nog was het verhaal dat in Kaiserslautern in Duitsland op 6 november 1947 een snoek gevangen was van 267 jaar oud. Pure visserslatijn (!)
Onderzoeken van rond 1985 door vooral dr. Casselman uit Canada geven aan dat het net als met de hoeveelheid prooivis per jaar, ook hier belangrijk is op welke breedtegraad de snoek woont.
Vissen zijn koudbloedige wezens en hun stofwisseling wordt in zeer hoge mate bepaald door de temperatuur van het water waarin ze zich bevinden.
Bij een hoge watertemperatuur is een vis actiever, vindt er meer verbranding plaats in het vissenlijf, dus moet er ook meer brandstof, in het geval van de snoek hoofdzakelijk prooivis verorberd worden.
Eb wat blijkt nu; als een snoek in een water met een nogal hoge gemiddelde watertemperatuur leeft dan eet deze snoek meer en groeit hij sneller, maar…..leeft korter.
Het tegengestelde is natuurlijk bij b.v. meren die meer dan de helft van het jaar bevroren zijn en waar het water altijd aan de koude kant is.
Zo kan het gebeuren dat een snoek in een warm meer in Noord Spanje zelden ouder wordt dan een jaar of 11 en zijn familielid bij de poolcirkel met zijn trage groei 23 jaar haalt.
Uit ons eigen land komen berichten die een maximum leeftijd van zo’n 15 tot 16 jaar aangeven.
Toch kan een snoek heel wat naar binnen werken zoals ratten, vogels, muizen, soortgenoten en kanjers van prooivis. Er zijn wel eens 20 aasvisjes in een snoekenmaag aangetroffen en meerdere keren een vis bijna half zo groot als de snoek zelf..
Het begint al in een vroeg stadium. Snoekbroed verslindt zonder problemen even grote soortgenoten en ook als ze groter zijn houden ze van een flinke hap. De grootte van de prooi wordt wel in behoorlijke mate bepaald door de vorm van deze prooivis. Een slanke forel bijvoorbeeld glijdt gemakkelijker door het keelgat dan een brede brasem.
Een snoek kan een prooivis met 1/3 , dus 33% van zijn eigen lichaamsgewicht de baas en kan deze zonder problemen naar binnen werken. Het is dus echt niet abnormaal dat een 5-ponds snoek door soortgenoten van boven de 20 pond in de lurven gegrepen wordt. Het komt vooral inde wintermaanden voor als de beschermende oeverbegroeiing weg is.
De echt grote snoeken zijn altijd vrouwtjes. Uitgezonderd zieke exemplaren zijn grote snoeken zo tegen de paaitijd allemaal zeer corpulent. Het aanwezige kuit maakt dan zo’n 17 tot 19% van het lichaamsgewicht uit.
Tenslotte is de snoek, en vooral de vorm van de snoek al miljoenen jaren oud. In het Duitse Darmstadt zijn versteende snoekjes gevonden van zo’n 40 miljoen jaar oud en in Canada zijn fossiele snoeken gevonden van meer dan 50 miljoen jaar oud.
Ook deze vissen van een dergelijk oud ras dienen dus met respect behandeld te worden.
|
SNOEKLES
Het is, sprak moeder snoek tot haar kroost,
een deksels rare tijd.
Met al dat visspul vandaag de dag
ben je zo je hachie kwijt.
Je hebt lepels, spinners en zelfs dood aas,
daar moet je goed op letten,
want alles heeft hetzelfde doel
een haak in je bek te zetten.
Van ’t najaar maakte ik zelfs nog mee
dat een vent hier stond te vissen
met een streamer, een venijnig veertjesding,
ik zou me haast vergissen.
Kijk, als je een visje zwemmen ziet,
dan mag je hem belagen.
maar als je wat vreemds voorbij ziet gaan,
eerst aan je moeder vragen.
Dat voorntje dat in het midden zwemt,
dat kun je rustig grijpen.
Geen haak, geen lijn, dus geen gevaar,
je hoeft hem niet te knijpen.
Let maar goed op wat er gebeurt
met zo’n lekker sappig hapje
en waarom ik dat heel rustig doe
zonder lawaai, dat snap je.
Moe snoek schoot toe met open muil,
vergreep zich aan het aasje
en voor ze het navertellen kon
was ze als vis het haasje.
Na een kwartier van harde strijd
werd ze op de kant gesmeten,
flink aangepakt en vlak daarna
van kop tot staart gemeten.
De lamstraal, sprak de vent gemeen,
’t had snoekbaars moeten wezen.
Daarop had ik mijn zinnen gezet,
daarop stond ik te pezen.
Snoek komt bij mij niet in de pan,
ik heb de pest aan graten
en zal hem daarom zo snel ik kan
terug in het water laten.
Toen moe terug kwam bij haar kroost
stond het nog steeds te wachten.
Ze zei gedag terwijl ze sip
als een boer met kiespijn lachte.
Ik liet jullie zien hoe het niet moest
alleen om je te leren,
dat geen aas meer te vertrouwen is,
’t zij mét of zonder veren
en dat indien je honger hebt
je slechts brasempjes mag eten,
omdat de hengelaars van dit soort aas
nog steeds niets willen weten.
|
GRASKARPER, PLANTENBESTRIJDER EN SPORTVIS
In het verleden werd er door meerdere hengelsportverenigingen nog wel eens een voorzichtige houding aangenomen tegen het uitzetten van graskarper.
Dat kwam voort uit het feit dat er maar weinig over eventuele neveneffecten bekend was. Men wist dat deze vis, oorspronkelijk afkomstig uit Oost China en het aangrenzende deel van de Sovjet Unie waar hij in de eerste plaats werd gekweekt voor de consumptie, grote hoeveelheden planten kon verorberen en zo een watergang kon ‘schoonhouden’.
Nu, na jaren van onderzoek en wetenschappelijke begeleiding in meer dan 300 proefwateren, staat vast dat de graskarper niet schadelijk is, mits daarbij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de graskarper een totale kaalslag veroorzaakt. Voor alle vissen zijn waterplanten noodzakelijk als dekking en paaigelegenheid.
Het uitzetten van graskarpers is aan wettelijke voorschriften verbonden. Het mag alleen in afgesloten wateren.
Het meenemen van graskarper door vissers is strikt verboden en de vis mag nooit in een ander water worden teruggezet, maar moet direct in het zelfde water worden vrijgelaten.
Een vanzelfsprekende voorwaarde om dat de vis immers in de eerste plaats zijn taak als planteneter moet vervullen.
Voortplanten doet de vis zich in ons land niet. Alleen in het gebied van herkomst zijn alle factoren en omstandigheden aanwezig die een vruchtbare paai mogelijk kunnen maken.
Anders gezegd; als je de graskarperstand niet aanvult verdwijnt deze vissoort vanzelf uit het viswater. Er kunnen dus langs natuurlijke weg ook nooit teveel graskarpers in een water komen.
Als de vele sloten en watergangen in ons land met rust zouden worden gelaten zouden zij dichtgroeien en langzaam maar zeker verlanden. Ook hengelaars verbijten zich als mooie polderwateren met planten en kroos zijn overwoekerd. Gemeenschappelijke belangen spelen hier dus een rol.
Overtollige plantengroei wordt diverse manieren bestreden. Al honderden jaren gebeurde dat schonen met handkracht, later kwamen de mechanische hulpmiddelen als de maaiboot en dergelijke. Een nog modernere maar verfoeilijke manier was de aanpak met chemische bestrijdingsmiddelen. Afdoende en goedkoper, dat wel, maar met onaanvaardbare bijwerkingen.
Zo kwam de sympathiekere derde bestrijder in zicht, de graskarper. Pas in 1966 kreeg de OVB voor het eerst de beschikking over 1000 graskarpertjes afkomstig uit Hongarije.
Sinds 1977 mogen ze in het Nederlandse water worden uitgezet met vergunning van het ministerie van Landbouw en Visserij. Nu doen talloze graskarpers in meer dan 300 afgesloten wateren hun werk tegen overmatige plantengroei.
Uit onderzoek met in grote plassen uitgezette graskarpers voorzien van een inwendig zendertje konden de zwemwegen van deze vissen worden gevolgd. Het bleek toen dat de graskarpers langdurig, tot enkele maanden, in een zeer beperkt gebied blijven. Plotseling kunnen ze daar weer vandaan trekken om kilometers verder een nieuwe vaste stek te betrekken.
Ook werd vastgesteld dat graskarpers een vrij duidelijk schoolgedrag vertonen.
Het totale gewicht van het bestand aan graskarpers wijzigt steeds. Enerzijds komt dit door het groeien van de vissen en anderzijds door sterfte, wegvraat door roofvis, reigers of illegale visvangst. De wegvraat door snoek zal over het algemeen wel meevallen gezien de lengte van de vis, maar grote snoeken kunnen heel wat aan.
Grotere graskarpers eten meer, dus kan men dan met minder exemplaren volstaan om toch hetzelfde resultaat te bereiken.
Overigens eet de graskarper niet alle planten. Hij heeft de voorkeur voor kroos raadalgen en waterpest, kortom voor zachte waterplanten. Graskarper begint pas aan hardere planten als lisdodde, rieten en grassen als de zachte op zijn. Aan drijvende waterplanten als gele plomp en waterlelies waagt hij zich liever niet.
De graskarper is eigenlijk geen echte karper, maar behoort tot de karperachtigen zoals de blankvoorn, brasem en de zeelt. Eenmaal aan de haak ‘vecht’ hij wel als een echte karper.
Mocht U er eentje aan de haak krijgen bedenk dan dat een lange dril niet goed is voor deze prachtige vis en dat hij nogal gevoelig is voor schubbenverlies. Dus altijd natte handen en een natte handdoek gebruiken tijdens het uiterst voorzichten onthaken
Maar dat laatste, en dat wist U natuurlijk al lang, geldt uiteraard voor iedere gevangen vis (!)
Een échte sportvisser is zuinig op alles wat groeit en bloeit (!)
|
|